Netwerksubsidie

  • Efficiëntere en doelmatigere uitvoering
  • Vermindering administratieve lasten
  • Meer (politieke) legitimatie van het project
  • Afhankelijkheid penvoerder
  • Weinig grip op de interne verhouding tussen deelnemers
  • Deelnemers zijn erg van elkaar afhankelijk

G. Stappenplan
 

  1. Onderzoek of het fonds het juiste instrument is
  2. Maak een subsidieregeling (of –beleid)
  3. Verstrek de subsidies aan het netwerk
  4. Checklist


Denk hierbij aan de volgende onderwerpen:

  • Wie mogen aanvragen/ mogen in het samenwerkingsverband?

  • Hoe word je lid van het samenwerkingsverband?

  • Aan welke criteria dient het samenwerkingsverband/het netwerk te voldoen?

  • Hoe formuleer je de gesubsidieerde activiteiten en laat je ruimte aan het netwerk om daaraan een eigen invulling te geven?

  • Kan het project of het samenwerkingsverband gedurende de looptijd worden gewijzigd en hoe krijgen wijzigingen vorm?

  • Heeft de overheidsorganisatie invloed op het samenwerkingsverband, kunnen activiteiten gedurende de looptijd worden (bij)gestuurd?

  • Welke juridische vorm neemt het samenwerkingsverband aan?

  • Wil je dat dwingend regelen in de subsidieregeling op grond waarvan de netwerksubsidies worden verstrekt?

  • Wordt er gewerkt met een penvoerder?

  • Welke eisen worden er gesteld aan een penvoerder?

  • Wordt dit vastgelegd in de subsidieregeling op grond waarvan de netwerksubsidies worden verstrekt?

  • Moet de subsidiërende overheid zich bemoeien met de verhouding tussen penvoerder en overige projectdeelnemers en zo ja in welke vorm? Via wettelijke voorschriften? Via de subsidiebeschikking? In de vorm van ‘best practices’, zoals het ter beschikking stellen van een voorbeeld van een goede samenwerkingsovereenkomst?

  • Op welke manieren moet er tijdens en na afronding van het project verantwoording worden afgelegd?