Netwerksubsidie

  • Efficiëntere en doelmatigere uitvoering
  • Vermindering administratieve lasten
  • Meer (politieke) legitimatie van het project
  • Afhankelijkheid penvoerder
  • Weinig grip op de interne verhouding tussen deelnemers
  • Deelnemers zijn erg van elkaar afhankelijk

D. Nadelen van het instrument netwerksubsidie

Het instrument netwerksubsidie kent verschillende nadelen. Deze nadelen zijn verschillend van aard: sommige zijn juridisch, andere juist politiek, economisch of psychologisch. De belangrijkste en meest genoemde nadelen worden hier behandeld.

Weinig invloed op interne verhoudingen

Bij een netwerksubsidie sluiten de private partners in het samenwerkingsverband doorgaans een samenwerkingsovereenkomst. Dit is een privaatrechtelijke overeenkomst die de interne verhoudingen tussen de deelnemers c.q. subsidieontvangers regelt. In deze overeenkomst worden bijvoorbeeld afspraken gemaakt over informatie en doorbetalingsverplichtingen en worden werkafspraken gemaakt. De overheidsorganisatie heeft slechts beperkte invloed op deze overeenkomst en daarmee op de interne verhouding tussen partijen. Dit kan nadelig zijn omdat de overheidsorganisatie voor het slagen van het project afhankelijk is van het samenwerkingsverband en de afspraken die onderling worden gemaakt. Wie van de deelnemers als penvoerder wordt aangewezen is doorgaans een interne aangelegenheid waarop de overheidsorganisatie geen invloed heeft.

In een klassieke tweepartijen subsidierelatie is directe sturing op de subsidieontvanger meestal eenvoudiger. Meer informatie over de samenwerkingsovereenkomst kunt u hier vinden.

Afhankelijkheidsrelatie deelnemers onderling

Binnen het samenwerkingsverband zijn deelnemers in grote mate van elkaar afhankelijk voor het welslagen van het project. Handelingen en gedragingen van de ene deelnemer hebben invloed op het project en – nu deelnemers verenigd zijn in een samenwerkingsverband – dus ook op de (subsidie van) andere deelnemers.

Afhankelijkheid penvoerder

Wanneer gebruik wordt gemaakt van een penvoerder is dit een belangrijk partij voor zowel het samenwerkingsverband als de overheidsorganisatie. Het is voor alle partijen van belang dat de communicatie met de penvoerder goed verloopt en dat deze ook overigens zijn werk goed doet. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het doorgeven van wijzigen in het project en het doorbetalen van subsidie(voorschotten). In de jurisprudentie zijn meerdere voorbeelden te vinden van penvoerders die de penvoerderstaken niet correct uitvoerden. Dit komt doorgaans voor rekening en risico van de betreffende deelnemer. Klik hier voor meer informatie over de penvoerder. Zo kan het voorkomen dat partners in een netwerk niet voor hun gesubsidieerde activiteiten worden betaald of onverwachts met terugvorderingen worden geconfronteerd. Ook de overheid kan bij een slecht functionerende penvoerder niet zomaar afwijken van de gekozen constructie, deze is immers vastgelegd in beschikkingen en overeenkomsten.

Wijzigingen

Het samenwerkingsverband werkt aan een gesubsidieerd project en dat is een ‘levend’ proces. Het komt zeer regelmatig voor dat er wijzigingen moeten worden aangebracht in het projectplan of in de concrete activiteiten van de deelnemers. Dit is met name het geval wanneer de netwerksubsidie wordt ingezet om prestatiegericht werken mogelijk te maken. Vaak wordt dan niet op voorhand al precies is omschreven wat de gesubsidieerde prestatie precies gaat zijn, maar wordt in meer globale(re) doelstellingen gedacht. Wanneer het project vastere vorm begint aan te nemen kan blijken dat sommige partners niet toch over de juiste kennis beschikken en dat andere partijen c.q. samenwerkingspartners moeten worden aangetrokken. Voor de deelnemers in het samenwerkingsverband voelt dit vaak als iets vanzelfsprekends, maar wijzigen zijn juridisch niet altijd eenvoudig door te voeren. Klik hier voor meer informatie over (essentiële) wijzigingen.

Het afleggen van verantwoording

Vaak wordt de netwerksubsidie ingezet om prestatiegericht werken mogelijk te maken. Doorgaans wordt dan niet op voorhand al precies is omschreven wat de gesubsidieerde prestatie precies gaat zijn, maar wordt in meer globale(re) doelstellingen gedacht. Ten tijde van de subsidievaststelling, bij het afleggen van verantwoording, kan blijken dat bestuur en netwerk verschillende ideeën hadden bij wat de prestaties zouden behelzen of over hoe die prestaties kunnen worden aangetoond. Bovendien kan irritatie ontstaan over het feit dat verantwoording moet worden afgelegd, zeker wanneer de overheid zelf ook deel uitmaakt van het netwerk en wordt beschouwd als partner. Het wordt vaak vreemd gevonden dat de partners jegens elkaar verantwoording moeten afleggen.

Gelijkwaardigheid is maar beperkt mogelijk

Hoewel het de netwerksubsidie kan worden ingezet om een horizontalere relatie met andere – veelal privaatrechtelijke – partners te creëren, is absolute gelijkwaardigheid tussen overheid en subsidieontvangers in een subsidierelatie slecht denkbaar. Wanneer dit toch wordt nagestreefd zijn daaraan risico’s verbonden. Op het handelen van overheidsorganisaties zijn nu eenmaal andere regels van toepassing dan op het handelen van de – veelal private – partners in het samenwerkingsverband. De overheid moet zich houden aan talloze wettelijke voorschriften die gelden voor het handelen van bestuursorganen. Die leiden er vaak toe dat de overheid (als het goed is) zorgvuldiger en vaak ook langzamer handelt dan private partijen. Bovendien is het de overheid die uiteindelijk op grond van de wet de subsidiebesluiten neemt en die eventuele bezwaren daartegen moet afhandelen.