Revolverend fonds

  • Efficiëntie
  • Stimuleren van verdienmodellen
  • Ervaring en expertise
  • Imago
  • Zakelijkheid
  • Duur en complex

E.    Risico’s van het instrument revolverend fonds

Het gebruiken van het instrument revolverend fonds brengt verschillende risico’s met zich mee. Deze zijn verschillend van aard: sommige zijn juridisch, andere juist politiek, economisch of psychologisch. De belangrijkste en meest genoemde risico’s worden hier behandeld.

Politieke inmenging is niet mogelijk

Hoewel het instrument revolverend fonds vaak wordt gebruikt als afstand van de politiek wenselijk is, kent dit ook risico’s. Als een beleidsterrein of –doelstelling politiek gevoelig is of dicht tegen de politiek aan ligt, is het riskant uitvoering op afstand van de overheidsorganisatie te plaatsen:
1.    Ten eerste is het denkbaar dat bestuurders invloed willen en zouden moet kunnen uitoefenen op de investeringsbeslissingen die gemaakt worden. Als dat niet mogelijk is, kan dit voor spanningen zorgen. 
2.    Ten tweede roept de volksvertegenwoordiging de bestuurders bij erg ‘politieke’ beleidskeuzes waarschijnlijk meer ter verantwoording. Wanneer het bestuur weinig invloed kan uitoefenen op het wegzetten van het geld (of in ieder geval op de investeringsbeslissingen), kan dit zorgen voor een gekke verantwoordingsrelatie; de bestuurder heeft geen invloed op datgene waar hij verantwoordelijk voor wordt gehouden. 
3.    Ten derde is het de vraag of, wanneer de individuele investeringsbeslissingen politiek geladen zijn en de ‘zuivere’ economische argumenten minder van belang zijn, deze beslissingen moeten worden overgelaten aan een fondsbeheerder. Deze heeft wellicht niet de expertise hiervoor.

Natuurlijk moet de keuze om een fonds op te richten worden voorgelegd aan de volksvertegenwoordiging. Politieke inmenging is in dit stadium zeker mogelijk en zelfs wenselijk. Spanningen kunnen ontstaan nadat het fonds is opgericht en ‘in werking is getreden’; dan is politieke inmenging minder goed mogelijk en wenselijk. Dit zal met name voor uitdagingen zorgen als een nieuwe volksvertegenwoordiging is gekozen; deze kan weinig wezenlijks bepalen over het fonds. 

Balans financieel en maatschappelijk rendement

Een fondsbeheerder en een overheidsorganisatie hebben andere expertises en een andere insteek. Bij een fondsbeheerder is het vaak standaard dat het financieel rendement centraal staat, bij een overheidsorganisatie is dat het maatschappelijk rendement. Bij het revolverend fonds zijn deze beide belangrijk en moet er een balans worden gevonden. Het is belangrijk hier duidelijke afspraken over te maken zodat de balans blijft behouden. Het risico bestaat anders dat het financieel rendement te veel centraal komt te staan en het fonds zijn toegevoegde waarde ten opzichte van de markt verliest. Een revolverend fonds kan namelijk juist door de combinatie van financieel en maatschappelijk rendement een waardevolle aanvulling zijn op de markt. 

Niet revolverend genoeg

Het risico bestaat dat een fonds minder revolverend is dan gedacht werd bij de oprichting. Dit kan verschillende oorzaken hebben, o.a. de volgende:
1.    Revolverende fondsen worden vaak ingezet om projecten te financieren die om verschillende redenen op de reguliere markt geen financiering kunnen krijgen. Uitgangspunt daarbij is dat sprake moet zijn van marktfalen. Veel van deze projecten zullen niet slagen en het ingezette geld zal in die gevallen niet revolveren. Het idee is vaak dat één succesvol project het verlies van de mislukte projecten kan dragen en dat daardoor het fondskapitaal in zijn geheel op de lange termijn revolveert en hetzelfde blijft. Het kan echter voorkomen dat dat ene succesvolle project uitblijft en dat daardoor het fondskapitaal vermindert. 
2.    Een revolverend fonds kan activiteiten financieren die geen of slechts in beperkte mate een verdienmodel (blijken te) hebben. Aan bepaalde activiteiten kan (vrijwel) geen geld verdiend worden, bijvoorbeeld de jeugdzorg. In die gevallen is de kans vrij klein dat het fondskapitaal zal revolveren. De ontvanger kan de lening namelijk niet terugbetalen als hij geen geld verdient met de te verrichten activiteiten en de waarde van gekochte aandelen zal hoogstwaarschijnlijk ook niet groeien. Het is in die gevallen logischer een bedrag à fonds perdu te verstrekken. 

Té revolverend 

Bij een revolverend fonds is de gedachte vaak de volgende. Sommige projecten hebben een financieringsvraag maar er bestaat geen aanbod vanwege het hoge risicoprofiel van de projecten en/of de lange terugverdientijd: er is sprake van een marktfalen. Ondanks dit gebrek aan aanbod, kan er met (een deel van) deze projecten geld verdiend worden. Revolverende fondsen proberen dit gat in het financieringsaanbod te vullen. 

Nu kan het voorkomen dat een revolverend fonds groeit: het fondskapitaal neemt toe. Op het eerste gezicht lijkt dit mooi: meer projecten kunnen gefinancierd worden. Toch is het goed stil te staan bij de keerzijde van een groeiend fondskapitaal:
1.    Als het fondskapitaal toeneemt, betekent dit dat er geld verdiend kan worden met de financiering van projecten in de niche waarin het fonds opereert. Waar geld verdiend kan worden, zijn er vaak geïnteresseerde marktpartijen. Als dat het geval is, dan is er geen sprake van marktfalen. Het is dan beter de financiering aan de markt over te laten en het publieke geld in te zetten waar het een groter verschil kan maken. 
2.    Als er geld verdiend kan worden met de financiering van projecten in de niche waarin het fonds opereert en het fonds blijft dit doen, kan het zo zijn dat geïnteresseerde marktpartijen niet de kans krijgen hetzelfde te doen door de positie die het fonds in de markt inneemt. Dit verschijnsel heet crowding out. 

Staatssteun- en aanbestedingsrecht

De Europese regels die bij revolverende fondsen om de hoek komen kijken zijn complex en sluiten niet altijd even goed aan bij de Nederlandse regels. Het is daarom van groot belang hier voldoende aandacht voor te hebben. 

In beginsel mag staatssteun niet verleend worden. Door de jaren heen zijn hier veel uitzonderingen op gekomen: er is dan sprake van rechtmatige staatssteun. Op verschillende manieren kan staatssteun rechtmatig zijn, bijvoorbeeld door een algemene uitzondering maar ook door een goedkeuring van de Europese Commissie. Het is belangrijk te onthouden dat als staatssteun onrechtmatig is, het geld moet worden teruggevorderd van de ontvangers. Bij startende bedrijven kan dit snel tot een faillissement leiden. Klik hier voor meer informatie.

Het aanbestedingsrecht is erop gericht dat de overheid op een transparante en effectieve manier inkoopt tegen de beste prijs-kwaliteitverhouding, waarbij ondernemers een goede en eerlijke kans maken op een opdracht. Het fondsbeheer zal in de meeste gevallen aanbesteed moeten worden. Als dit gebeurt in strijd met de Aanbestedingswet 2012, kan de overeenkomst tussen de overheidsorganisatie en de uitvoerder vernietigd worden en kan de ACM de overheidsorganisatie een boete opleggen. Klik hier voor meer informatie.