Matchfunding

  • Versterkte relatie overheid burger
  • Bevorderen doe-democratie / participatiesamenleving
  • Inzicht voor de crowd
  • Eenvoudig
  • Hoge uitvoeringskosten
  • Geen garantie op succes door draagvlak
  • Ongelijkheid op individueel niveau
  • Ongelijkheid op buurtniveau

J. Bestuurskundige informatie

Introductie: besturen vanuit het maatschappelijk belang

Overheidssturing in netwerken gaat over het vermogen van de overheid om ook – of juist – temidden van een complexe én betrokken samenleving doelen te realiseren[1]. Daarom zoekt de overheid naar werkwijzen, instrumenten en vormen van samenwerking die hier goed bij passen. Bij de keuze voor, en inrichting van, een financieringsinstrument zijn er belangrijke bestuurlijke afwegingen. Deze hebben betrekking op (1) de bestuurlijke ambitie om een bepaalde publieke waarde te realiseren, (2) de sturingsbenadering om die ambitie te realiseren en (3) de maatschappelijke dynamiek die bij kan dragen aan het realiseren van publieke waarde. 

Het eerste uitgangspunt bij overheidssturing is de bestuurlijke ambitie om publieke waarde te realiseren. Wat is hier het maatschappelijk belang en de ambitie van het overheidsbestuur? Welke ambities zijn er op dit specifieke domein? Zijn er specifieke resultaten die moeten worden gerealiseerd? En welke ambities zijn er op het gebied van draagvlak en maatschappelijke betrokkenheid?

Het tweede uitgangspunt heeft betrekking op de sturingsbenadering van de overheid. Publieke waarde kan worden gerealiseerd door de overheid, maar ook door de markt en door de samenleving. Daarom zijn voor het realiseren van de bestuurlijke ambitie verschillende sturingsbenaderingen mogelijk (Zie het NSOB essay uit 2015: Van der Steen, Scherpenisse & van Twist, Sedimentatie in sturing; Systeem brengen in netwerkend werken door meervoudig organiseren). Zo’n sturingsbenadering gaat om het kiezen van de meest kansrijke route naar het doel. Dit gaat onder andere over de vraag of de overheid zich hiërarchisch, als partner of als facilitator opstelt en over de vraag of overheidssturing is gericht op het realiseren van specifieke resultaten of gericht op het realiseren van een bepaald (bijvoorbeeld rechtmatig of participatief) proces.

Als gekozen wordt voor netwerksturing, is het derde uitgangspunt hoe het instrumentarium zo kan worden ingezet dat het daadwerkelijk past bij de maatschappelijke dynamiek. Dit vergt inzicht in de vormen en ontwikkelingen in het netwerk. Welke maatschappelijke organisaties, bedrijven, initiatieven of burgers zijn op dit thema actief en kunnen met financiering worden ondersteund om bij te dragen aan het realiseren van de publieke waarde? Wat is de huidige dynamiekin het netwerk: zijn er al partijen actief, huidige initiatieven die kunnen worden ondersteund, of is het hier bijvoorbeeld de uitdaging om participatie op dit thema tot stand te brengen? Gaat het om een stabiele vorm van maatschappelijke betrokkenheid, of is deze incidenteel?

Het inzicht in deze maatschappelijke dynamiekis nodig om tot een passende vorm van financiering te komen. In andere woorden: financiering moet niet alleen juridisch goed geregeld zijn, maar ook passen bij de maatschappelijke dynamiek waarvoor het bedoeld is (Zie essay NSOB uit 2018: Scherpenisse & van der Steen, Gepast geregeld; tijdig financieren in netwerken). Hieronder gaan we in op een aantal aandachtspunten voor het ‘passend maken’ bij matchfunding.

Matchfunding: het mobiliseren van het netwerk

Bij het mobiliseren van het netwerk zijn een aantal aandachtspunten van belang:

  • Matchfunding niet als doel op zich, maar als middel om maatschappelijke dynamiek te vergroten: rondom maatschappelijke thema’s is er niet alleen ‘bestaande dynamiek’ (initiatieven die al lopen, netwerken die al bestaan), maar ook ‘potentiële dynamiek’. Het gaat dan om de initiatieven en de participatie die er wel zouden kunnen zijn, maar niet tot stand komen. Bijvoorbeeld omdat het aan de juiste faciliteiten ontbreekt, er weinig vertrouwen in de overheid is of dat er zoveel aandacht uitgaat naar bepaalde belangengroepen dat andere er niet tussen komen. Matchfunding is bij uitstek een manier waarop die potentiële dynamiek geactiveerd kan worden. Dat betekent echter ook per definitie dat je vooraf niet exact weet wat er gaat komen, wie zich gaat melden en welke vorm dat precies gaat aannemen. Aan matchfunding kan dan ook niet een te specifiek geformuleerd doel worden gekoppeld, maar wel een maatschappelijke ambitie die nieuwe initiatieven uitlokt en zo de maatschappelijke betrokkenheid en participatie in dat domein vergroot.
  • Geen eindpunten, maar een stroomversnelling van initiatieven: voor het bepalen van het succes van publieke financiering wordt vaak gekeken naar de concrete producten die zijn geleverd. Het is een benadering die past bij de rol van een ‘presterende overheid’. De kunst bij matchfunding is om een rijkere verantwoording over de resultaten plaats te laten vinden. Daarbij helpt het perspectief van stromen. Door middel van matchfunding, kan een bredere stroom van initiatieven op gang worden gebracht en kunnen initiatieven in een stroomversnelling worden gebracht. Vanuit die gedachte kan het dus best zijn dat de meeste matchfunding acties ‘mislukken’ in termen van concrete producten, maar dat de inzet van matchfunding toch geslaagd is als er nieuwe maatschappelijke dynamiek op gang is gekomen, die zich daarna zelfstandig verder kan ontwikkelen.
  • Geen beknellende, maar bevrijdende kaders. Het is voor de overheid van belang om voorafgaande aan het inzetten van matchfunding een duidelijke ambitie te formuleren en kaders te bieden waaraan de voorstellen moeten voldoen. Juist die heldere grenzen en kaders bieden partijen een ruimte waar ze op in kunnen springen en hun eigen draai aan kunnen geven. De kaders gaan knellen als ze te strikt zijn geformuleerd, en daarmee ten koste gaan van de bewegingsvrijheid van de initiatieven. Ze worden bevrijdend als ze helderheid en zekerheid bieden, én tegelijkertijd genoeg ruimte scheppen voor een eigen invulling.

[1] NSOB (2014): Leren door doen.