Right to Challenge

  • Sociale winst
  • Innovatie
  • Maatwerk binnen buurt of wijk
  • Actiever contact met de burger
  • Imago
  • Andere houding overheid
  • Complexiteit
  • Moeilijk meetbaar
  • Bestaande contracten
  • Back-up plan

C.    Voordelen van het instrument Right to Challenge 

Het instrument Right to Challenge kan verschillende voordelen meebrengen. Deze voordelen zijn verschillend van aard: sommige zijn sociaal-maatschappelijk, andere juist economisch of politiek. De belangrijkste en meest genoemde redenen worden hier behandeld.

Sociale winst

Een idee voor een Right to Challenge ontstaat vanuit de samenleving. Burgers of maatschappelijke organisaties werken samen om publieke taken (beter) uit te voeren. Dit samenkomen leidt al snel tot meer sociale wederkerigheid, meer gevoel van samenhang binnen de buurt, meer participatie of meer bekendheid met de buurt en andere buurtbewoners. Daarnaast worden de challengers/initiatiefnemers door de uitvoering van publieke taken op zich te nemen (mede) eigenaar van deze taak, wat kan leiden tot meer inzet, creativiteit en betrokkenheid.  Dit alles samen wordt ook wel samengevat onder de noemer ‘sociale winst’. 

Innovatie

In sommige documenten wordt als voordeel van het Right to Challenge het stimuleren van innovatie genoemd. Een challenge/initiatief kan pas doorgang vinden wanneer burgers met een plan komen om de betreffende publieke taak beter uit te voeren. Hierdoor kunnen overheidsorganisaties en professionele partijen geprikkeld worden om hun taken eveneens beter en/of goedkoper uit te voeren. Naar de vraag of professionele partijen en overheden dit in de praktijk ook daadwerkelijk doen, is nog weinig onderzoek gedaan. 

Maatwerk

De challenges ontstaan binnen een buurt of wijk. Vaak wordt beweerd en verondersteld dat buurtbewoners en maatschappelijke organisaties beter zicht hebben op de behoeftes en wensen van de burgers c.q. de maatschappij, omdat zij integraal onderdeel uitmaken van de buurt, de wijk, de stad of de samenleving. Daarom zouden zij beter in staat zijn om maatwerk te leveren. 

Actiever contact met de burger 

Door het Right to Challenge/burgerinitiatief ontstaat er een andere verhouding tussen de overheid en de burgers. Voordat een overheidstaak daadwerkelijk kan worden overgenomen is er intensief overleg tussen de overheidsorganisatie die wordt ‘gechallenged’ en de challengers, dus de burgers of de maatschappelijke organisaties. Door deze intensieve samenwerking ontstaat meer het idee van co-creatie en samenwerking, dan van de klassieke, sturende, ‘top-down’ overheid, die eenzijdig besluiten neemt.

Daarnaast wordt de overheidsorganisatie door het Right to Challenge gedwongen naar haar burgers te luisteren en mee te denken. 
Tot slot is er nog de zogenaamde signaleringsfunctie die nauw met dit ‘actief luisteren’  samenhangt. Als burgers het recht krijgen om zelf met initiatieven te komen, raakt de overheid sneller op de hoogte van diverse maatschappelijke initiatieven waarvan zij zonder dit instrument niet van op de hoogte zou zijn geweest. Dit wil uiteraard niet zeggen dat ieder initiatief uiteindelijk tot een challenge moet leiden. Ook als het initiatief geen ‘echte’ Challenge oplevert (de taak wordt uiteindelijk niet overgedragen aan particulieren), kan het initiatief/het idee wellicht toch op een andere manier worden gerealiseerd, door de overheid zelf. 

Goede relaties 

Wanneer er ruimte wordt geboden voor ‘challenges’ ontstaat er al snel een samenwerking tussen burgers en/of maatschappelijke organisaties en overheidsorganisaties. De challenge zal bijvoorbeeld moeten worden beoordeeld en – waar nodig – aangepast. Vaak vindt de voorbereiding ervan al plaats in nauw overleg met de bevoegde en verantwoordelijke overheidsorganisatie. In het ideale geval ontstaat daardoor een gelijkwaardige relatie tussen betrokken partijen, wat weer leidt tot een positieve beeldvorming, zowel bij de initiatiefnemers als vaak ook daarbuiten. Overigens moeten de verantwoordelijke overheidsorganisaties vaak alsnog eenzijdige besluiten nemen (beschikkingen) om initiatieven daadwerkelijk van de grond te krijgen (bijvoorbeeld door vergunningen af te geven) en te financieren (bijvoorbeeld in de vorm van subsidies).