Speelt het materiële beleidsdoel een rol in de vernieuwde evenredigheidstoetsing?

Persbericht 19 januari 2026
Header image Speelt het materiële beleidsdoel een rol in de vernieuwde evenredigheidstoetsing?

Sinds de Harderwijk-uitspraak (2022) past de rechter in subsidiezaken een vernieuwede evenredigheidstoets toe.

Daarbij beoordeelt de rechter aan de hand van de zogenoemde drietrapstoets of:

  1. een besluit van de overheid bijdraagt aan het beoogde doel (geschiktheid)

  2. dat doel niet met een minder ingrijpend middel kan worden bereikt (noodzaak)

  3. de toepassing van het besluit onredelijk bezwarend is voor de betrokkenen (evenwichtigheid).

In zijn nieuwste onderzoek, verschenen in JBPlus 2025, bekijkt Joep Schoenmakers kritisch hoe de hoogste bestuursrechters deze toets in de praktijk toepassen in subsidiezaken. Zijn analyse, die zich richt op de eerste twee trappen, laat zien dat daarbij verschillende soorten ‘doelen’ door elkaar worden gebruikt.

De kern van zijn analyse: Rechters richten zich vaak vooral op het directe doel van een individueel besluit (bijvoorbeeld: voldoet een aanvrager wel of niet aan een subsidieverplichting). Het bredere, materiële beleidsdoel van de subsidieregeling, zoals het stimuleren van duurzaamheid of het versterken van cultuur, blijft daarbij veelal op de achtergrond.

Dat is opmerkelijk, want juist dat beleidsdoel geeft richting aan hoe regels bedoeld zijn om te werken. De juridisch correcte uitvoering van het subsidiebeleid is niet altijd geschikt of noodzakelijk voor het bereiken van het beleidsdoel.  

Een grotere rol voor het materiële beleidsdoel in de evenredigheidstoetsing kan daarom bijdragen aan meer doeltreffende en doelmatige subsidieverstrekking, terwijl het nog steeds ruimte biedt voor een redelijke toepassing van regels in de praktijk.

Het zal herkenbaar zijn voor wie in de subsidiepraktijk werkt: soms vraagt het bereiken van het beleidsdoel om iets verder te kijken dan een strikte lezing van één bepaling.